
MORE ABOUT.....


THOMAS Toen ik onlangs op Facebook liet weten dat er een nieuw album aan zat te komen, was een van de reacties: heeft Griekenland je zo geïnspireerd, Ton? Ik had namelijk een paar dagen eerder een foto geplaatst, genomen vanuit onze cabine van de ferry van Griekenland naar Italië, met een laatste blik door de patrijspoort op het Griekse vasteland. Het maakte me eens te meer duidelijk hoe weinig men over het algemeen snapt hoe lang het duurt voordat een album tot stand komt. Alsof ik, amper een week na ons verblijf in Hellas, geholpen door de daar opgedane inspiratie al een heel nieuwe plaat klaar had om uit te brengen. Het zou leuk zijn, maar in mijn geval is een dergelijk snelle productie nogal onwaarschijnlijk. Ik ben al een paar jaar bezig met dit nieuwe album. Niet aan een stuk door- soms weken, of zelfs maanden niet. Maar naarmate de werkzaamheden vorderen en het langzaam maar zeker vorm begint te krijgen, toch wel bijna 7 dagen per week, 24 uur per dag- in mijn hoofd zeker, vraag maar aan Irene. Sommige nummers heb ik al een tijdje, andere zijn van recenter datum. Dat is altijd zo geweest. Iedere componist beschikt over een laatje met onafgemaakt en soms vergeten werk, dat wacht op het juiste moment voor voltooiing. Bijna was dit album er niet eens gekomen- of tenminste, nog lang niet. Ik was vast wel stug door gegaan met schrijven en demo’s opnemen, bijna alsof ik wist wat ik aan het doen was. Maar wat mij tegen hield was het feit dat het mij dit keer beter leek het niet zelf te zingen. Maar wie dat dan wel moest doen wist ik niet. Ik was niet actief op zoek naar de juiste persoon, maar de kwestie liet me nooit echt los. Nu heb ik wel vaker een album gemaakt waarop ik zelf het leeuwendeel van de vocalen voor mijn rekening nam (The Lion’s Dream en Velvet Armour) en, natuurlijk, het maakte de platen wel authentiek. Maar nog zo’n album maken- nee, ik had gedaan wat gedaan moest worden en dat hoefde geen derde keer. Ondanks alle materiaal dat ik inmiddels bij elkaar geschreven had, was er inmiddels toch een soort status quo ontstaan: de oervorm (met mijzelf aan het vocale roer) was ongeveer klaar, maar daar stopte het. Tot ik op een zondagmiddag in februari of maart, al Youtubend, tot mijn verbazing stuitte op een filmpje van iemand die een stukje van een nummer van mijn vorige album Velvet Armour zong (la Joueuse de Luth)- hij had er bescheiden bijgezet, dat het eigenlijk bedoeld was om zijn nieuwe keyboard te laten horen. Nou, dat keyboard klonk prima, maar wat me eigenlijk ondersteboven blies, was zijn stem. Hij had een erg lastig zingbaar liedje gekozen, bepaald geen alledaags nummer (voor zover ik die maak) en die exclusieve keuze maakte al behoorlijk indruk op me. Maar hij deed dat ook nog eens voortreffelijk. Ik was fan! Er hielp geen moedertje lief, ik moest aan hem vragen of hij misschien geïnteresseerd was om een paar nummers van mijn nieuwe album in te zingen. Proberen, uiteraard, want in dat prille stadium moet je voorzichtig blijven- het kan toch altijd tegenvallen. Maar zo gezegd, zo gedaan, en hij wilde dat graag doen. En zo gingen we aan de gang. Eerst een nummer, toen twee, en daarna wist ik dat hij de stem zou gaan worden die ik graag zou willen hebben (of zijn). Ik besloot wel om nog twee nummers zelf te doen- niet omdat ik zo’n geweldige zanger ben, maar omdat daardoor het album mooi in evenwicht zou zijn. Een vocaal solo album zonder dat ik zelf een noot zing zou ook niet kloppen. De samenwerking verliep uitermate soepel en, heel bijzonder, vrijwel volledig op afstand. Hij nam bijna al zijn partijen zelf op, wan ik was- doordat ik veel in het buitenland verblijf- niet in staat om er daadwerkelijk fysiek bij te zijn- iets wat bijna ondenkbaar was in mijn muzikale verleden. Instrumentale partijen konden nog wel eens worden opgenomen zonder mijn aanwezigheid- maar zang, datgene wat een nummer kan maken of breken, dat was toch different cookie. Het bleek niet nodig. Mijn nieuw gevonden ‘stem’ begreep snel wat de bedoeling was, en voelde de muziek griezelig goed aan. Een paar aanwijzingen, wat correcties, dat was alles om het perfect te krijgen. Die stem heeft een naam: Thomas Schiphof. Van origine is hij drummer (hij speelt ook percussie op het album), maar her en der ook en steeds meer werkzaam als vocalist, en dat begrijp ik heel goed. Hij maakt mijn nummers toegankelijker terwijl ze niet wezenlijk veranderen. Daar kun je als componist alleen maar van dromen. Thomas Schiphof (Leeuwarden, 1994) is een Nederlandse zanger, drummer en songwriter. Na zijn studie Drums Lichte Muziek in Zwolle begon hij met het schrijven van eigen muziek en presenteerde hij zijn rockopera A New Beginning. Daarnaast was hij jarenlang actief als sessiedrummer in de HaFaBra-wereld, waar hij samenwerkte met diverse bekende Nederlandse artiesten, en speelde in coverbands. In 2024 bracht Thomas zijn eerste solosingle Back Against The Wall uit. Vanaf eind 2026 is Thomas de zanger en multi-instrumentalist van de tributeband Symphonic Prog Experience en blijft hij daarnaast actief als drummer. In 2026 start hij met de opnames van zijn debuutalbum.

THOMAS When I recently announced on Facebook that a new album was in the works, one of the comments was: "Did Greece inspire you that much, Ton?" You see, a few days earlier I had posted a photo taken from our ferry cabin—en route from Greece to Italy—showing a final glimpse of the Greek mainland through the porthole. It made me realize once again how little people generally understand about the time it takes to create an album. As if, barely a week after our stay in Greece, and fueled by the inspiration I found there, I already had a brand-new record ready for release. That would be nice, but in my case, such a rapid turnaround is highly unlikely. I’ve been working on this new album for a few years now. Not continuously—there are times when I don’t touch it for weeks or even months. But as the work progresses and it slowly but surely takes shape, I’m at it almost seven days a week, twenty-four hours a day—certainly in my head; just ask Irene. Some songs I’ve had for a while, while others are more recent. That’s always been the case. Every composer has a drawer full of unfinished—and sometimes forgotten—work, waiting for the right moment to be completed. This album almost never happened—or at least, not for a long time. I would have stubbornly kept writing and recording demos, acting almost as if I knew what I was doing. But what held me back was the feeling that, this time, it would be better not to sing the vocals myself. Yet I didn't know who should do it instead. I wasn't actively searching for the right person, but the question never really left my mind. I have certainly made albums before where I handled the lion's share of the vocals myself (*The Lion’s Dream* and *Velvet Armour*), and—naturally—that did lend the records a certain authenticity. But making another album like that—no; I had done what needed to be done, and there was no need for a third time. Despite all the material I had written by then, a sort of status quo had set in: the core concept (with me at the vocal helm) was ready, but that was as far as it went. Then, one Sunday afternoon in February or March, while browsing YouTube, I was astonished to stumble upon a video of someone singing a snippet of a song from my previous album, *Velvet Armour* ("La Joueuse de Luth"). He had modestly noted that the video was actually intended to showcase his new keyboard. Well, the keyboard sounded fine, but what truly blew me away was his voice. He had chosen a very challenging song—certainly not an everyday track (insofar as I write those)—and that unique choice impressed me greatly. But he also performed it exquisitely. I was a fan! There was no two ways about it: I simply had to ask if he might be interested in singing a few tracks for my new album. Just to give it a try, of course—you have to remain cautious at that early stage, as things can always fall flat. But no sooner said than done; he was keen to do it. And so, we got to work. First one song, then two, and I soon realized he was the voice I wanted to have (or *be*). I did decide to handle two songs myself—not because I’m such a great singer, but because it created a nice balance for the album. After all, a vocal album where I didn't sing a single note myself wouldn't have felt right. The collaboration went incredibly smoothly and—remarkably—took place almost entirely remotely. He recorded almost all his parts himself, as I was unable to be physically present—since I spend a lot of time abroad—something that would have been almost unthinkable in my musical past. While instrumental parts could sometimes be recorded without me, vocals—the element that can make or break a song—were a different story. It turned out not to be necessary. My newly discovered ‘voice’ quickly grasped the intention and had an uncanny feel for the music. A few pointers and some minor corrections were all it took to get it perfect. That voice has a name: Thomas Schiphof. He is a drummer by trade (he also plays percussion on the album) but is increasingly active as a vocalist—something I completely understand. He makes my songs more accessible without fundamentally changing them. That is the kind of thing a composer can only dream of. Thomas Schiphof (Leeuwarden, 1994) is a Dutch singer, drummer, and songwriter. After studying contemporary drums in Zwolle, he began writing his own music and presented his rock opera, *A New Beginning*. He was also active for years as a session drummer in the wind band and orchestra scene—collaborating with various well-known Dutch artists—and played in cover bands. In 2024, Thomas released his debut solo single, "Back Against The Wall." From late 2026, Thomas will serve as the vocalist and multi-instrumentalist for the tribute b...
WIE DOEN ER NOG MEER MEE? DE MUZIKANTEN Het heet een solo album, maar dat wil niet zeggen dat ik alles alleen doe. Zeker niet. Een paar namen zullen wel bekend in de oren klinken. Vocalist/percussionist Thomas Schiphof heb ik al uitgebreid geintroduceerd, maar hij is niet de enige muzikant die mijn nieuwe album naar een hoger plan tilde. Op viool horen we Rens van der Zalm in zijn prachtige fiddle stijl. Hij zorgt daarmee dat de folk invloeden op het album inderdaad authentiek klinken. Rens ken ik al een eeuwigheid: hij speelde in Fungus toen ik met Kayak de vaderlandse podia onveilig maakte en we zijn elkaar daardoor in de jaren zeventig menigmaal tegen gekomen tijdens landelijke popfestivals. In de jaren negentig werd Rens de vaste muzikant achter Youp van ’t Hek- ik schreef weliswaar alles, maar deed lang niet altijd live mee. Doordat Rens multi-instrumentalist is (geef hem een instrument en hij speelt het), bleef de muzikale variatie echter gewaarborgd. Mijn samenwerking met Marjolein Teepen gaat ook al jaren terug. Dat begon in de jaren negentig bij theatergezelschap Opus One, waar zij als danseres en zangeres een belangrijke rol in menig voorstelling speelde die ik mocht schrijven. Vervolgens was zij ook betrokken als danseres/choreografe bij de rock opera Nostradamus- The Fate of Man. Op mijn solo CD The Lion’s Dream uit 2013 is ze o.a. te horen op het nummer Gryphons and Unicorns. Voor mijn nieuwe album heb ik haar weer gevraagd, en de combinatie met Thomas werkt wonderwel. En lest best, gitarist Eddie Mulder. Eddie (bij vele prog rock liefhebbers bekend van bijvoorbeeld Leap Day) en ik volgden elkaar al een tijd lang, zonder dat we daadwerkelijk contact hadden. Dat veranderde een paar jaar geleden. Ik was meermalen te gast op zijn albums, en Eddie deed regelmatig mee op nummers die ik (tot nu toe) alleen online uitbracht. Daar komt nu, met dit nieuwe album en met Eddie op acoustische en electrische gitaar, verandering in.
MIX AND MASTER Met het bedenken, componeren, tekstschrijven, opnemen, produceren, arrangeren, spelen en zingen ben je er nog niet. Uiteindelijk komt alles samen in de mix. Het is in kleine kring bekend dat ik dat liever niet zelf doe. Alle eerder genoemde facetten van het maken van een album doe ik meer dan graag. Opbouwen, ideetjes uitwerken, dingetjes toevoegen, het artwork, mijn lust en mijn leven. Maar als ik ga mixen, is het gewoon nooit klaar- het kan en moet altijd beter en anders. En vaak bedenk ik te laat wat ik had moeten doen. Ik ken iedere noot die er gespeeld en gezongen wordt, heb overal 1000 x over nagedacht en naar geluisterd, en het gevolg is dat ik er te dicht op zit. Er is soms afstand nodig, die ik zelf niet meer kan nemen. Daarom ben ik blij dat iemand anders mij het meeste werk uit handen neemt- en in dit geval is dat Ton Snijders, die er in zijn Teclats Studio iets mooiers van maakt dan ik ooit zelf gedaan zou hebben. Ook Ton ken ik al lang- hij viel ooit, begin deze eeuw, voor mij in als pianist bij Youp van ’t Hek, daarna stonden we ontelbare keren met dat combo, waarin ook Rens, samen op het podium. En vanaf dat moment zijn we muzikale en persoonlijke vrienden gebleven. Saillant detail: hij is al de derde TS op dit album…. Het laatste traject is het masteren: hierbij worden alle mixen op volgorde gezet, en qua geluid de laatste maar o zo belangrijke puntjes op de laatste i’s gezet (simpel gezegd). Tenslotte komt daar dan de productieklare master uit- dan kan ‘ie naar de fabriek. Sinds Velvet Armour al worden mijn albums gemastered door Pieter de Wagter voor Equus mastering. Kleine bijzonderheid: hij is de enige van alle betrokkenen bijj het album, die ik nog nooit in levende lijve heb ontmoet- dat is niet alleen omdat hij in België woont en werkt, maar bij het masteren te zitten is voor mij zoiets als kijken hoe het gras groeit. Ik kan simpelweg de audio opsturen waarna Pieter er, na wat appjes heen en weer, een coherent en goed klinkend geheel van maakt.
VIDEO De eerste single 'Building Castles In The Sky' (release 16 september) gaat vergezeld worden van een, vind ik, heel bijzondere video. De maker is Peter Schoemaker, die al eerder een clip maakte voor Reoccurring Dream (de tweede single van gitarist Marcel Singor en mijzelf) alsmede de promoclip voor Chasing the Wind, van mijn recente piano solo album A Fleeting Light. Drie onvergelijkbare nummers, en daaruit kwamen dan ook drie volstrekt andere videobeelden uit voort. Peter en ik kennen elkaar sinds een paar jaar, toen we er via Facebook achter kwamen dat we beiden een huis hadden in de Franse Lot, op een paar kilometer afstand van elkaar. Ik had al eens gezien dat hij regelmatig zelf gemaakte video’s online plaatste, en die vielen mij al op door hun originaliteit en een tamelijk ongebreidelde fantasie. Van het een kwam het ander, en inmiddels zijn we met deze single dus aan ons derde project toe. .


.jpg)
%20by%20Saskia%20Zeller43.jpg)

WHO ELSE IS INVOLVED? THE MUSICIANS It’s called a solo album, but that doesn’t mean I’m doing everything on my own. Far from it. A few names might sound familiar. I’ve already introduced vocalist/percussionist Thomas Schiphof at length, but he isn’t the only musician who helped take my new album to the next level. On violin, we hear Rens van der Zalm playing in his beautiful fiddle style. He ensures that the folk influences on the album sound truly authentic. I’ve known Rens for ages: he played in the band Fungus back when I was touring the Dutch circuit with Kayak, and we frequently crossed paths at national pop festivals during the seventies. In the nineties, Rens became the regular musician accompanying Youp van ’t Hek—while I wrote all the material, I didn’t always perform live. However, because Rens is a multi-instrumentalist (give him any instrument and he’ll play it), musical variety was always guaranteed. My collaboration with Marjolein Teepen also goes back years. It started in the nineties with the theater company Opus One, where she played a key role as a dancer and singer in many of the productions I wrote. Later, she was involved as a dancer and choreographer in the rock opera *Nostradamus – The Fate of Man*. She features on my 2013 solo album *The Lion’s Dream*, notably on the track "Gryphons and Unicorns." I invited her to collaborate again for my new album and the combination with Thomas works wonders. And last but not least, there is guitarist Eddie Mulder. Eddie (known to many prog-rock fans from bands like Leap Day) and I had been aware of each other’s work for quite some time without actually being in touch. That changed a few years ago. I was a guest on his albums several times, and Eddie frequently contributed to tracks I had (until now) released only online. That is now changing with this new album, featuring Eddie on acoustic and electric guitar.
MIX AND MASTER Conceiving, composing, writing lyrics, recording, producing, arranging, playing, and singing—that’s not the whole story. Ultimately, everything comes together in the mix. It’s an open secret among those close to me that I prefer not to handle that part myself. I absolutely love all the previously mentioned aspects of making an album: building the tracks, fleshing out ideas, adding little touches, artwork—it’s my passion. But when I start mixing, it seems like it’s simply never finished. I feel things could and should always be better or different. And often I realize too late what I ‘should’ have done. I know every note played and sung; I’ve thought about and listened to every detail a thousand times, and the result is that I’m too close to the material. Sometimes you need a bit of distance—distance I can’t create myself. That’s why I’m glad someone else takes most of the work off my hands. In this case, that person is Ton Snijders, who transforms the tracks at his Teclats Studio into something far more beautiful than I ever could have achieved on my own. I’ve known Ton for a long time, too; he once stepped in as a pianist for Youp van ’t Hek, and after that, we shared the stage countless times as part of that same band—which also included Rens van der Zalm. We’ve remained musical collaborators and friends ever since. Striking detail: he’s the third TS on this album. The final leg is called mastering: here, the mixes are arranged in sequence, and—simply put—the final, all-important finishing touches are applied to the sound. The result is a production-ready master, to be sent to the manufacturing plant. Ever since *Velvet Armour*, my albums have been mastered by Pieter de Wagter at Equus Mastering. A curious detail: he is the only person involved in the album whom I have never met in person—not just because he lives and works in Belgium, but also because sitting in on the process would be, for me, akin to watching grass grow. I can simply send the audio files, and—after a few messages back and forth—Peter turns them into a cohesive, good-sounding whole.
VIDEO The first single, "Building Castles In The Sky," (release Sept 16)is accompanied by what I consider a truly special video. It was created by Peter Schoemaker, who previously made the video for "Reoccurring Dream" (the second single by guitarist Marcel Singor and myself) as well as the promotional video for "Chasing the Wind," from my recent solo piano album *A Fleeting Light*. These are three very different songs, and they inspired three completely different visual approaches. Peter and I met a few years ago after discovering via Facebook that we both owned homes in the Lot region of France, just a few kilometers apart. I had noticed him regularly posting his own videos online; they stood out to me for their originality and a rather unbridled imagination. One thing led to another, and we are now working on our third project together with this single.






SINGLES Op 16 september verschijnen twee singles van mijn komende album: Building Castles In The Sky en Sunset On Mars. Waarom niet gewoon éen single, maar twee? Het antwoord is simpel: ik kon niet kiezen. De meeste toegankelijke van de twee (het uptempo ‘Castles’) is niet bepaald representatief voor het hele album, maar dat is Sunset On Mars eigenlijk ook niet. Het zijn twee totaal verschillende nummers, allebei aan een ander eind van het muzikale spectrum van dit album- en daar zit nog van alles tussen en omheen. Daarom leek het me een goed idee om juist deze beide tracks tegelijk uit te brengen. Trouwens, ‘vroegah’ had je altijd (vinyl) singles met twee nummers er op. Dan was er meestal een duidelijke A-kant en een B-kant. In dit geval zou je ‘Castles’ de virtuele A-kant kunnen noemen- er komt ook een bijzondere videoclip bij, daar waar Sunset On Mars het moet doen met een eenvoudige lyric video (met alleen de tekst van het liedje).
SINGLES On September 16, two singles from my upcoming album will be released: *Building Castles In The Sky* and *Sunset On Mars*. Why two singles instead of just one? The answer is simple: I couldn't choose. The more accessible of the two (the uptempo *Castles*) isn't exactly representative of the entire album, but then again, neither is *Sunset on Mars*. They are two completely different songs, each sitting at a different end of the album's musical spectrum—with a whole range of styles in between. That’s why I thought it would be a good idea to release both tracks at the same time. By the way, back in the day, you always had (vinyl) singles featuring two tracks. There was usually a clear A-side and a B-side. In this case, you could call ‘Castles’ the virtual A-side—it comes with a special music video, whereas ‘Sunset On Mars’ has to make do with a simple lyric video (featuring only the song’s lyrics).